|
Geschiedenis Mobiele Telefonie Inleiding
Met de uitvinding van de telefoon door Graham Bell werd een eeuwenlange droom werkelijkheid: mensen konden met elkaar communiceren terwijl ze honderden kilometers van elkaar verwijderd waren. Maar de vinding van Bell had één groot nadeel: de stem werd vervoerd over een fysieke verbinding: zonder koperdraad geen telefoon en dus geen communicatie. En zo begon een nieuwe zoektocht in de toch al rijke historie van de techniek: draadloze communicatie. Bellen waar en wanneer je maar wilt.
De eerste stap werd gezet door de Italiaan Guglielmo Marconi, die in 1898 de eerste draadloze telegraaf introduceerde. Het geluid werd niet langer langs fysieke weg verstuurd maar door middel van radiogolven. Hij ontving voor zijn uitvinding in 1909 de Nobelprijs voor natuurkunde.

De Italiaanse fysicus Marconi met zijn uitvinding: de draadloze telegraaf (1897)

John Ambrose Fleming met daarnaast de door hem uitgevonden twee electroden gloeilampdetector (diode) die voor een doorbraak in draadloze communicatie zou zorgen.
De in 1904 door John Ambrose Fleming (werkzaam in het Edison laboratorium) uitgevonden en gepatenteerde twee-electroden gloeilampdetector (diode) was de aanzet tot de spectaculaire groei van de radio, die vanaf 1915 zijn zegetocht begon, eerst in Amerika, al snel gevolgd door Europa (in Nederland startte in 1914 de ‘publieken weerberichtendienst door Scheveningen Haven’, terwijl de gezamenlijke radio fabrikanten vanaf 1919 wekelijks een ‘draadloos concert’de ether in stuurden).

Het zendstation in Kootwijk van waaruit vanaf 1923 radiocommunicatie met Nederlands Indië plaatsvond.
De radiocommunicatie nam in de periode tussen de twee wereldoorlogen een hoge vlucht, waarbij de afstanden die overbrugd werden snel groeiden. Nederland speelde daarbij een voortrekkersrol met de radioverbinding tussen Kootwijk en Bandoeng (Indonesië). De Nederlandse PTT beschikte over een unieke kennis. Kroonjuwelen op dat gebied waren de installaties van Radio Kootwijk en de afluisterapparatuur die PTT samen met Philips had ontwikkeld voor o.a. de Nederlandse Marine. Maar ook de door het Radiolaboratorium van PTT ontwikkelde methode waarbij de spraak onverstaanbaar wordt voor een radioluisteraar. Sinds 1931 worden de gesprekken met het toenmalige Nederlands Indië namelijk afgewikkeld via een geheimtelefonie-installatie. Het gesproken woord wordt 'omgekeerd'. De hoge tonen worden omgezet in lage tonen en andersom. Aan de ontvangende kant wordt de omkering weer ongedaan gemaakt (voor meer over Radio Kootwijk en met name de rol van dit station tijdens de oorlog: klik hier).
Hoewel mobiele communicatie al in de jaren dertig mogelijk was, bleef de toepassing beperkt tot militaire (beroemd is - naast de geheimtelefonie installatie van Radio Kootwijk - de ‘walkie-talkie’ tijdens de tweede wereldoorlog) en ptt- toepassingen.
Het zou nog tot 1973 duren voor het eerste draadloze telefoongesprek met behulp van een draagbare handset werd gevoerd door Martin Cooper, algemeen directeur van de Systems divisie van Motorola. De echte doorbraak kwam midden jaren negentig van de vorige eeuw. Vandaag de dag telt Nederland meer mobieltjes dan inwoners…

Martin Cooper voert het eerste mobiele telefoongesprek met een draagbare handset (april 1973)
Wordt vervolgd met de aflevering: Van Hertz tot Marconi
(Ingezonden mededeling)
 |